cal_formPage 1PathPathlogoFill 19

Terug naar de bron

Heel comfortabel, die dagelijkse douche en centrale verwarming. Maar waar komt al dat gas dat daarvoor nodig is eigenlijk vandaan?

Het gas waarmee jij je eten kookt, is miljoenen jaar oud en heeft er een reis op zitten van soms wel honderden kilometers. Miljoenen jaren geleden ontstond dat aardgas uit de resten van planten en dieren, die langzaam wegrotten in de vele tropische moerassen. Af en toe spoelde de zee over deze veenlaag en zette zo klei en zand af. Zo ontstonden verschillende soorten bodemlagen en nam de druk op die lagen toe. Uiteindelijk veranderde het veen in steenkool en werd al het gas uit de verrotte fossiele resten geperst. Op sommige plekken werd dat gas door zoutkorsten tegenhouden. Die ondergrondse koepels kennen we nu als de gasvelden die we sinds 1959 langzaam leegpompen.

Pompen!
Het aardgas dat uit een zogenoemde put wordt gepompt – meestal op drie tot vier kilometer diepte – is nog ongeschikt voor je gasfornuis. Er zit veel onbruikbaar materiaal tussen, zoals water, zand en zure gassen. Bovendien moet Gasunie het gas op hoge druk (maximaal 16 bar) brengen om het te kunnen transporteren over lange afstanden. Nederland is uitstekend uitgerust om het aardgas uit de gasvelden te halen en uiteindelijk bij jou thuis veilig uit de gaskraan te laten stromen. Maar welke partijen zijn daar nu bij betrokken? De NAM neemt driekwart van de Nederlandse gasproductie voor zijn rekening. Het bedrijf spoort en boort fossiel gas op, bewerkt het en stopt het in het landelijke (hogedruk-)transportnet van Gasunie. De verschillende regionale netwerkbedrijven verlagen de gasdruk en maken het geschikt voor levering aan huis. Dat doen ze in zogeheten gasontvangstations (GOS). De druk is dan maximaal 0,2 bar, waardoor het verantwoord langs je gasmeter kan. Je betaalt de netwerkbedrijven soms rechtstreeks aan de netbeheerder en soms via je zelfgekozen energieleverancier – die op zijn beurt het gas heeft ingekocht via handelsonderneming GasTerra.

Wie wat bewaart…
’s Winters hebben we ongeveer drie keer zo veel gas nodig als in de zomer. Dat vraagt om flexibiliteit van het gasaanbod – en dus om buffers. Daarom slaan we sinds de jaren negentig gas op in Alkmaar, Grijpskerk en Norg. Ook is er sinds vorig jaar een gasopslaginstallatie in Zuidwending en hebben verschillende energieleveranciers gasopslagen net over de grens, snel inzetbaar voor de Nederlandse markt. Leeggepompte gasvelden lenen zich ook goed als gasbuffer. Maar hiervoor zijn vaak flinke investeringen nodig, die lang niet iedereen kan of wil maken.